Over Swing dans

Lindy Hop
Authentic Solo Jazz
Charleston
Collegiate Shag
Balboa
Aerials and Dips
Burlesque
Blues
Tap

Lindy Hop

Lindy Hop is dé dans uit de late jaren ‘20 en vroege jaren ‘30. Van origine is het een Afro-Amerikaanse dans, ontstaan in New York. Lindy Hop komt voort uit verschillende dansen waaronder Charleston, Jazzdans en tap. De ontwikkeling van Lindy Hop liep gelijk met de ontwikkeling van de Jazz muziek. De term Swing wordt om die reden gebruikt voor de dans en de muziek.

In die jaren werd Lindy Hop voornamelijk gedanst in de grote danszalen van Harlem, zoals de Savoy Ballroom en de Cotton Club. Op de podia stonden bekende namen als Ella Fitzgerald en Louis Armstrong. Zij speelden de swingende muziek waar grote namen als Frankie Manning en Norma Miller Lindy Hop op dansten en creëerden. 

In Lindy Hop worden solo- en partnerdansen gecombineerd waardoor er veel ruimte is voor improvisatie. Door de afwisseling tussen open en gesloten danshouding ontstaat er een swingende dynamiek. 

De naam ‘Lindy Hop’ is op een bijzondere manier ontstaan. Hoewel het niet helemaal zeker is dat dit zo precies is gebeurd, is dit het algemeen geaccepteerde verhaal. In 1927 vloog Charles Lindbergh voor het eerst non-stop over de Atlantische oceaan. Hij vloog van New York naar Parijs. De kranten schreven een mooie titel bij hun artikelen: ‘Lucky Lindy hops Atlantic.’ Toen George Snowden (Shorty George), een zeer bekend Lindy Hopper, een dansmarathon danste en daar geïmproviseerde moves in verwerkte, was het publiek onder de indruk. Snowden werd gevraagd wat hij deed met zijn voeten, waarop hij antwoorde: ‘The Lindy.’ Waarmee hij refereerde naar Charles Lindberghs ‘hop’ over de oceaan. 

Lindy Hop is de voorloper van vele hedendaagse dansen en stond aan de wortels van Rock-’n- Roll en Boogie Woogie.

Authentic Solo Jazz

Authentic Solo Jazz is een combinatie van verschillende vernacular dancemoves uit het swingera. Het is de solo dans van de Swingdansen en wordt dan ook alleen gedanst. Gecombineerd uit de Charleston, Tap, Black Bottom, Shimmy, Suzie-Q, Twist en vele andere dansen uit de jaren ‘20 en ‘30 en zelfs later. Authentic solo Jazz wordt gedanst op Jazz en Swing muziek en, net zoals de andere stijlen uit dezelfde familie, is het energiek, speels en is er veel plek voor improvisatie en eigen stijlen. 

Veel elementen uit Authentic solo Jazz zijn terug te vinden in verschillende contemporary dansen, zoals hip-hop, break-dance, moderne jazz, shuffling etc. Authentic solo jazz heeft ook zijn invloed gehad op veel andere dansstijlen, veel moves in de partnerdansen zijn eigenlijk variaties van Authentic solo jazz moves.

Charleston

De Charleston is vrolijke dans, ontstaan in Amerika die onder de Swingdansen wordt gerekend. Deze dans kan solo of met een partner worden gedanst. De dans is genoemd naar de gelijknamige stad in South Carolina, waar hij voornamelijk werd gedanst in revues en shows. Later werd de dans ook een rustiger gezelschapsdans. Charleston is verwant aan de Foxtrot en Ragtime en heeft veel invloed gehad op bijvoorbeeld de quickstep.  

Het ritme van de dans werd populair bij het grote publiek rond 1923, naar aanleiding van een nummer van James. P. Johnson, genaamd The Charleston. Dit nummer groeide uit tot een van de grootste hits van het decennium. Waardoor de dans een stimulans kreeg en ontzettend populair was rond 1926.

De dans komt van oorsprong waarschijnlijk uit uitdagingsdansen die horen bij de Afrikaans-Amerikaanse dans Juba. Doordat de populariteit van de muziek en de dans snel ging kwamen er in snel tempo meerdere voetenwerk variaties en stapjes bij en werden invloeden uit andere dansen, zoals de Jaybird ingevoerd. Dit samenraapsel van pasjes en moves werd de Charleston.  

De vaak op hot jazz-muziek uit de jaren ’20 gedanste solo charleston in de stijl van die periode wordt heel anders gestyled dan de charleston uit de jaren ‘30, ‘40 en lindy hop, hoewel hun structuur wel overeenkomsten vertoont.

Solocharleston in jaren ’20-stijl wordt meestal gedanst op muziek met een relatief hoog tempo (vaak meer dan 200 of 250 tellen per minuut, waarbij tempo’s boven 300 tpm ‘snel’ worden gevonden), en wordt met veel energie gedanst. Er is vaak contrast tussen snellere bewegingen en langzamere, slepende stappen en improvisaties.

De Charleston en vergelijkbare dansen zoals Black Bottom, waarbij de danser de hielen omhoog gooit waren erg populair in de tweede helft van de jaren ‘20. De populariteit nam af in de jaren ‘30. Waarschijnlijk ook door de veranderende kledingstijl, kokerrokken en Charleston zijn geen handige combinatie. Aan het einde van de jaren ‘30 nam de roklengte af en de populariteit weer toe.

Ditmaal een iets afwijkende versie. Dit komt omdat Lindy Hop op dat moment razend populair was. Lindy Hoppers vonden het geweldig om andere dansstijlen te gebruiken in de dans dus kwam er een nieuwe versie van de Charleston met de naam Lindy Charleston of Savoy Charleston. 

Bij zowel de ‘20s Charleston als de Lindy Charleston bestaat de basispas uit 8 tellen en kun je hem solo of gepartnerd dansen. Op de basispas zijn een legio aan variaties en improvisaties mogelijk.  

De vaak op hot jazz-muziek uit de jaren ’20 gedanste solo charleston in de stijl van die periode wordt heel anders gestyled dan de charleston uit de jaren ‘30, ‘40 en lindy hop, hoewel hun structuur wel overeenkomsten vertoont.

Solocharleston in jaren ’20-stijl wordt meestal gedanst op muziek met een relatief hoog tempo (vaak meer dan 200 of 250 tellen per minuut, waarbij tempo’s boven 300 tpm ‘snel’ worden gevonden), en wordt met veel energie gedanst. Er is vaak contrast tussen snellere bewegingen en langzamere, slepende stappen en improvisaties.

Bij de partner charleston uit de jaren ’20 staan de danspartners in een traditionele Europese danshouding (gesloten houding) voor parendans tegenover elkaar. Bij partner charleston uit de jaren ’30 en ’40 horen meerdere posities, waaronder de “jockey position”, side-by side of de tandem. 

Collegiate Shag

Collegiate Shag is een partnerdans uit de Shag familie die voornamelijk wordt gedanst op snelle en oudere swingjazz uit de jaren ‘20 en ‘30. Denk aan 185 tot 250+ BPM, dit is mogelijk door de basispas die weinig ruimte in beslag neemt. Collegiate Shag valt onder de tak van Swingdansen en is ontstaan in de Afro-Amerikaanse gemeenschap rond North en South Carolina in de jaren ‘20. In de loop van de jaren ‘30 vond de dans zijn weg door de rest van Verenigde Staten en uiteindelijk ook de rest van de wereld.

Balboa

De Balboa is een partnerdans, die tot de swingdansen wordt gerekend. De dans dankt zijn naam aan het schiereiland Balboa bij Newport Beach in de buurt van Los Angeles. Hij vindt zijn oorsprong in de jaren ‘20. Vroeger bestond er slechts één versie van de dans. Maar zoals het bij dansen gaat, worden er over de jaren heen moves en variaties toegevoegd en ontstaan er verschillende stijlen.

De oorspronkelijke versie, ofwel ‘pure balboa’ wordt altijd in gesloten positie gedanst, dicht tegen elkaar aan. Het doel van de leider is om de benen van zijn volger te laten stralen, het liefst met een prachtige rok en hoge hakken.

Deze houding is ontstaan omdat de dansvloeren te vol waren om te dansen, daarom was het op velerlei plekken verboden om uit elkaar te dansen en moest men wel in gesloten houding, tegen elkaar aan dansen. Balboa kwam dan ook als vervanging van Lindy Hop in de volle zalen, deze twee dansen zijn eigenlijk tegelijk ontstaan, waarbij Lindy Hop werd gezien als een dans voor de jeugd, maar Balboa meer voor volwassenen.

Tijdens een latere versie van de dans was het wel toegestaan en meer gebruikelijk om uit elkaar te gaan, deze versie heet Bal-Swing. De Balboa was er populair in de jaren ‘30 en ‘40. Bij deze dans ligt de nadruk meer op partner interactie dan op trucs en swingende looks. Balboa wordt daarom ook gezien als een dans meer voor dansers, niet voor kijkers. Balboa wordt gedanst op Swing jazz muziek, voornamelijk de big band muziek uit de jaren ‘30 en ‘40, op tempo’s van 180 tot 250 of zelfs 300BPM. De Balboa wordt ook gedanst op anders soorten Swing jazz, zoals selle muziek van kleine jazzcombo’s of zingeunerjazz.

De basispasjes zijn klein en maken het een zeer geschikte dans om op snelle muziek te dansen. Waneer balboa op langzamere muziek wordt gedanst heet het slow balboa, of slow-bal.

Aerials and Dips

Een aerial of airstep is een stuk dans waar één van de partners door de lucht gaat, met gebruik van de ander als support. De term wordt gebruikt voor velerlei ongewone moves binnen Swingdans en daarbuiten en zorgt voor de wow-factor in de dans. Een aerial, is in JazzOut’s mening geen stuk dans, maar een stuk acrobatiek in de dans verwerkt.

Het geeft een extra dimensie aan de dans om een uitbundig stuk muziek mee te pakken of een tof einde te creëren. In een aerial gebruikt de leider of volger de ander als basis terwijl de eigen voeten van de vloer gaan. Dit kan ik grote variëteit aan moves. Frankie Manning en Frieda Washington waren de eerste Lindy Hoppers die een aerial inzette in een wedstrijd.
Het was zo dat Frankie Manning en zijn crew de Savoy Lindy Hoppers werden uitgedaagd door Shorty George voor een wedstrijd om te bepalen wie ‘de beste Lindy Hoppers’ waren. Ieder team koos zijn beste 3 koppels en namen 2 weken de tijd om te trainen.

Frankie was goed bevriend met Frida en trainden vaak samen. Frankie stelde Frieda voor om een extravagante move uit te voeren die hij had bedacht. Hij zei: ‘I want you to roll over my back and land in front of me’  Ze stemde in, zonder goed na te denken over het ‘vliegende stuk’ van de aerial en na veel oefenen en vallen kregen ze de de move onder de knie. 

De wedstrijd wonnen ze natuurlijk!

Burlesque

Burlesque is sinds de zestiende eeuw niet meer weg te denken uit de wereld van dans, shows en entertainment. Ontstaan in Italië en in de oorspron al draaiende om de vrouwelijkheid en sensualiteit. Onder Burlesque worden variété achtige shows in nachtclubs verstaan waarbij op spectaculaire wijze zang en dans samenkomen en opbouwen in een verleidelijke ontbloting van het lichaam van de danseres. 

In de beginjaren van Burlesque draaide het om glitter, glamour en luxe. Met de jaren heen heeft de stijl zich geëvolueerd. De vrouwelijkheid en sensualiteit zijn gebleven en er is een stuk karikatuur toegevoegd. Vrouwen laten zien dat ze trots zijn op hun lijf, ze hun lijf kennen, er zeker van zijn en er om zichzelf te kunnen lachen. Burlesque wordt vaak de ultieme mix van erotiek en ironie genoemd. De hoeveelheid stijlen en archetypen in Burlesque zijn ongekend, van neo-burlesque tot classic en van politiek Burlesque tot comedie. Er is zelfs een Boylesque tak, speciaal voor de heren. Burlesque heeft belangrijke stijlinvloeden, denk aan rode lippen, veren, pailletten, hoge hoeden, parels, kant, sexy lingerie en hoge hakken. De danseressen dragen verschillende lagen kleding.

Burlesque en striptease worden vaak met elkaar verward. Hoewel de bedoeling van Burlesque, net zoals bij een striptease, dat de kledingstukken op een dansende en sensuele wijze uit gaan. Ligt de nadruk bij Burlesque veel meer op het uitkleden zelf dan het naakt zijn. Bij een striptease wordt er naakt geëindigd, bij Burlesque blijft er altijd een laagje aan. De spanning wordt per kledingstuk opgebouwd in een verleidelijke dans. Daarnaast heeft een Burlesque act altijd een thema en wordt er gewerkt met en op de muziek, het stukje entertainment  is daarbij van groot belang. De Burlesque dansers kleed zich uit en laat haar lichaam zien om de entertainment.

Alles in Burlesque draait om de tease. De rode draad van elke Burlesque show overal ter wereld. Het publiek wordt geplaagd, uitgedaagd en verleid. Tijdens de show wordt het publiek betrokken bij de act door verleidelijk blikken te laten kruisen of te reageren op de ‘oeh’s en ah’s’ uit het publiek. Er wordt altijd een deel tot de verbeelding over gelaten.

Blues

De naam Blues bevat een aantal dansen die gelijktijdig zijn ontstaan bij het dansen op Bluesmuziek en kan zowel solo als met partner gedanst worden. De basis van Blues komt uit Afrikaans-Amerikaanse dansen die aan het zuiden van de Sahara gedanst werden. Hoewel er in die dansen niet samen werd gedanst en dit zelfs werd gezien als ‘het hebben van een slechte smaak.’
Naarmate er op meer plekken over de wereld, startend in Amerika, meer en meer gedanst werd werden de Afro-Amerikaanse elementen verdund en werden de Brits-Europese elementen vloeiender en ritmischer. 

W. C. Handy, die enkele van de eerste gepubliceerde blues liedjes schreef, documenteerde zijn vroegste ervaring met wat misschien blues was, en de reactie van dansers erop in 1905 in Cleveland, Mississippi. Op een gegeven moment werd Handy gevraagd om “wat van onze inheemse muziek te spelen”. Hij liet zijn band een ouderwetse Southern melodie spelen, waarna hem werd gevraagd of een lokale band een paar nummers mocht spelen. Die groep bestond uit “slechts drie stukken, een gehavende gitaar, een mandoline en een versleten bas” en speelde “een van die keer op keer soorten die lijken om geen heel duidelijk begin te hebben en zeker helemaal geen einde …. Het was niet echt vervelend of onaangenaam. Misschien is “spookachtig” een beter woord ervoor … De dansers werden wild. ” Aldus Handy. 

Handy beschreef ook de reactie op zijn band, waaronder viool, gitaar, snaarbas, klarinet, tenorsaxofoon, trombone en trompet, die in 1909 zijn lied “Mr. Crump” speelden. “We zaten allemaal in onze stoelen. Ik liet het bord zien en de jongens gaven. Voeten begonnen te kloppen. Even later werd er op de planken beneden gedanst. Handen gingen de lucht in, lichamen zwaaiden als riet aan de oevers van Congo…In de kantoorgebouwen spitsen blanken hun oren. Stenografen dansten met hun bazen. Iedereen riep om meer.”

Terwijl hij voornamelijk one-steps, polka’s, schottisches en walsen speelde voor gekleurde klanten in Dixie Park in Memphis, merkte Handy een reactie op op het habanera-ritme dat in Will H. Tyler’s “Maori” is opgenomen. “Ik merkte dat er een plotselinge, trotse en gracieuze reactie op het ritme kwam…Witte dansers, zoals ik ze had gezien, namen het nummer met grote stappen. Ik begon te vermoeden dat er iets negroïde in die beat zat.” Na een soortgelijke reactie op dezelfde beat in “La Paloma” te hebben opgemerkt, nam Handy dit ritme op in zijn St. Louis Blues, de instrumentale kopie van Memphis Blues, het refrein van Beale Street Blues en andere composites. 

In de jaren ‘40 werd Blues benoemd als ‘langzaam slepen’, in de jaren ‘60 werd het ‘belly rubbing’ genoemd om het in de jaren ‘70 ‘slow dancing’ te noemen. De mate van genegenheid die de partners voor elkaar hadden bepaalde hoe nauw er met elkaar gedanst werd, de stijlen liepen ontzettend uiteen, 

Hoewel blues er uit ziet als een sensuele dans, heeft het weinig te maken met sensuele overgave. Elegant zijn, gecontroleerde en muzikale bewegingen, kalmte en connectie met de partner maakt Blues tot wat Blues is.

Tap

Het Tapdansen is een solo swingdans die ook met partner gedanst kan worden. Het had zijn oorsprong in de jaren dertig van de 19e eeuw in de wijk Five Points, New York. Het was een mengeling van de Afrikaanse shuffle en Ierse, Schotse en Engelse step dances. De precieze afkomst is onbekend maar waarschijnlijk waren de syncope uit de Afrikaanse muziek en dans en de Ierse stijl van volksdansen en -muziek, de Jig, het meest van invloed. Dansers uit verschillende immigrantengroepen wedijverden met hun beste danspasjes, waaruit een Amerikaanse stijl ontstond. 

Tapdansen was het meest populair tussen 1900 tot 1955. Het was in die tijd de belangrijkste showdans in Vaudeville en op Broadway. Denk aan Fred Astairs en Ginger Rogers. Vanaf de jaren dertig waren de beste tapdansers ook op televisie en in diverse films te zien.

Tapdansen werd voor de Tweede Wereldoorlog ook wel Jazzdans genoemd vanwege de muziek waarop gedanst werd, toen in de jaren ‘50 de jazz plaatsmaakte voor rock-‘n-roll, ontstonden er nieuwe stijlen dans.
Na de eerste tapdans pioniers Jack Bow en José Lewis volgde er een nieuwe generatie beter opgeleide dansers en docenten. Het succes van groots opgezette musicals in New York in de jaren ‘70 zorgde voor een revival van tap. In de tapdans maken dansers vaak gebruik van syncopering en starten meestal op de achtste maat of tussen de achtste en de eerste maat van de muziek. Tapdans zit vol met improvisatie, iets wat swing dansen met elkaar en met de muziek gemeen hebben.

Vanaf de jaren dertig mengde tapdansen zich ook met Lindy Hop. Flying swing outs en flying circles zijn Lindy Hop moves met tap erin verwerkt.